Participatie in wijkontwikkeling

Door Anita van Hezik

Toen ik deze week de troonrede las, waarin gezegd wordt dat we van een verzorgingsstaat overgaan naar een participatiesamenleving, moest ik denken aan een lezing van Pieter Winsemius (tot 1 jan jl. lid van de WRR) die ik vorig jaar heb bijgewoond. Hij hield een inspirerend en duidelijk verhaal over burgerparticipatie, naar aanleiding van zijn onderzoek “Vertrouwen in de burger” (te downloaden op www.wrr.nl/publicaties). Winsemius zei dat er drie randvoorwaarden zijn om burgerparticipatie goed te laten verlopen:

  1. differentiëren; dus mensen alleen betrekken bij datgene wat ze willen en kunnen
  2. serieus nemen; het plan niet vooraf dichttimmeren en het proces zo inrichten dat hieruit blijkt dat participanten serieus worden genomen
  3. verbinders, die de brug kunnen slaan tussen burgers enerzijds en overheid anderzijds, zijn noodzakelijk; de verbinders voorkomen de wij-zij tegenstellingen.

Inspraak bij visie-ontwikkeling

Dit sluit aan bij mijn ervaring met participatie in wijkontwikkelingsprocessen. Ik ben ‘opgegroeid in de stadsvernieuwing’ waar ik zag dat elke keer weer een beroep werd gedaan op dezelfde kleine groep actieve leden van de bewonersorganisaties. Steeds vaker merkte ik dat dit niet naar tevredenheid van alle partijen werkte (uitzonderingen daargelaten). Iedereen had zijn stokpaardjes en er was weinig vertrouwen over en weer.

In latere jaren heb ik me een werkwijze eigen gemaakt die prettiger werkt en bewonersparticipatie bij visie-ontwikkeling in bestaande wijken effectiever maakt. Ik vond het goed te horen dat de onderzoeksresultaten van Winsemius mijn eigen ervaring ondersteunde.

In verschillende middelgrote en grote steden heb ik processen begeleid om tot wijkvisies te komen. Van een lange termijn visie over een naoorlogse wijk met 1000 woningen, tot een pleinvisie over een buurtwinkelcentrum. Deze processen liepen naar tevredenheid van velen, waarbij bewoners zelfs sloopplannen, waar zij als persoon niet achter stonden, wel op de informatieavond in de wijk verdedigden, omdat zij door het proces en de openheid inzicht hadden gekregen in het waarom van de beslissing.

Succesfactoren

In alle processen ga ik op zoek naar bewoners uit de wijk die zich bij het onderwerp betrokken voelen. Dit zijn per definitie niet de bewoners die in (de eerste ring om) de georganiseerde bewonerscommissie zaten. Deze mensen kennen de weg wel. Maar het is juist interessant om ook mensen aan tafel te krijgen die wel ideeën hebben over wijkontwikkeling, maar geen interesse hebben om in reguliere bewonersvergaderingen mee te denken over het hele reilen en zeilen in de wijk.

Met de bewoners die op dát moment over dát onderwerp graag willen meepraten, bespreek ik vooraf wat we van elkaar kunnen verwachten. Dat is:

  • de onderwerpen die aan de orde komen
  • de kaders: waarover kan men meebeslissen, waarover meedenken en wat ligt vast
  • een constructieve houding
  • betrokkenen spreken namens zichzelf vanuit hun expertise of beleving van de wijk en nadrukkelijk niet namens alle wijkbewoners
  • alle informatie is beschikbaar voor iedereen
  • de rol van de georganiseerde bewonerscommissie ten opzichte van deze tijdelijke werkgroep

Om mensen enthousiast te houden hanteer ik de volgende uitgangspunten:

  • een zo kort mogelijke doorlooptijd
  • plenaire bijeenkomsten alleen wanneer ze relevant zijn
  • tijdens elke bijeenkomst een andere werkvorm
  • bewoners en professionals samen aan tafel

Participatiesamenleving

Op het terrein van de wijkontwikkeling waren die individuele projecten succesvol, maar een brede participatiesamenleving zoals het kabinet voor ogen staat vraagt veel meer van de overheid.

Volgens Winsemius is daarvoor een wezenlijke verandering nodig. De zeven samenhangende elementen van een organisatiecultuur (strategie, structuur, systeem, sleutelvaardigheid, stijl, staf en samenbindende waarden) moeten dusdanig wijzigen dat er horizontaal en bottom-up wordt gewerkt, dat er verbinders zijn en er vertrouwen is in burgers.

Dit vergt aanpassing van ambtenaren, directie en bestuurders én een lange adem.